TURKIJE 2006

week 2

week 3

Na het ontbijt zetten we eerst de fietsen maar eens in elkaar, Han zijn eigen trappers moeten er nog weer aan, hij heeft nu oude noodtrappers. Op de stoep van het hotel, want er is nergens plaats en dat resulteert in veel bekijks en veel praatvolk. Zoveel dat we niet aan werken toekomen, iedereen wil wat weten of heeft wat te vertellen. We hebben heel lang zitten prutsen met de hoogtemeter van Han, hij past niet meer op die dikke voorvork en nu moeten we een andere truc verzinnen. Maar na wat gepuzzel lukt het toch, we maken de zender vast aan een spaak nadat we deze verdikt hebben met veel tape.
Nu, op naar het treinstation om de tickets voor morgen te regelen. Daarvoor moet je eerst met een boot oversteken. Ik vraag in de rij voor een ticketbureau of dit de goede boot is naar het treinstation. Ja, zegt dan iedereen meteen en ik koop twee kaartjes. Gelukkig vertrekt de boot net voor onze ogen en moeten we wachten om dan te constateren dat dit natuurlijk niet de goede boot is. We verlaten het perron en gaan naar de goede boot. Ze hebben blijkbaar al doorgeseind dat die rare fietsers niet op de goede boot zaten, want we hoeven niet opnieuw te betalen. We monsteren aan en vinden dat we de verkeerde kant opvaren. Weer de verkeerde boot opgeloodst? We maken het plan om waar we aankomen even wat rond te gaan kijken en dan terug te varen. We lopen wat rond en staan dan plotseling voor het treinstation. Toch de goede boot dus. Soms heb je geen mazzel en soms ook wel. Wij gaan met ons reserveringsnummer uit Nederland naar het loket. We staan met blijde gezichten voor de loketdame. Kijk, dit is ons reserveringsnummer, maar er is hier geen nummer bekend en de trein is overvol. Morgen kunnen we eventueel nog een zitplaats krijgen, we willen een slaapplaats, maar dat kan pas over een week weer. En ons nummer dan? We moeten eerst naar het reserveringsbureau en dat doen we. Han zegt dat het nummer in Holland is aangevraagd door een Turkse collega. Nou blijkt het dus helemaal niet te kunnen om vanuit het buitenland een nummer regelen. Maar ja, wij staan toch echt met een nummer. En dan komt een goed engels sprekende Turk ons te hulp en we kunnen gewoon mee, inclusief slaapplaats. We moeten alleen wat bijbetalen omdat we een slaapplaats voor vier personen krijgen, anders kunnen we niet mee. Een rare truc en omdat het niet zoveel geld is kiezen we voor bijbetalen en dan hebben we dus vier plaatsen. Die Turkse man zegt dat we er morgen wel twee kunnen verhuren. Wie weet. Terug naar de dame aan het loket en zonder blikken of blozen wordt nu alles geregeld. We wijzen op de fietsen, die moeten nog wel betaald worden. De reserveringsmevrouw had daar een bedrag voor genoemd. Deze juffrouw weet zich met de fietsen geen raad en verwijst ons nu naar een bagagedepot. Daar zeggen ze weer dat we dat morgen moeten regelen. Dus soms heb je hier mazzel en dan binnen een paar minuten weer niet. Bij het bagagedepot zeggen ze dat we ons morgen heel vroeg moeten melden, om 7.00 uur.
Terug met de boot. Er gaat morgen maar één boot, om 6.00 uur en die moeten we hebben. Maar waar vertrekt die boot? De Turken die we het vragen weten het. Ze wijzen ons naar een vertrekpunt. Wij zijn niet meer van goede trouw en doen check, check, dubbelcheck. En natuurlijk klopt er steeds geen hout van. Veel doorvragen leert ons dat we aan de overkant van het water moeten zijn. De brug over en ja hoor, hier ligt de goede boot. Zo’n geintje kost je gemakkelijk een uur of meer. Het is nu 18.00 uur en we hebben waarschijnlijk alles voor morgen geregeld. Behalve de banden, maar, daar mag ik het niet meer over hebben. Morgen om 5.00 uur uit het bed en naar de boot en hopelijk om 7.30 uur vertrek met de trein naar Kars.
Met al dat geregel ontmoeten we natuurlijk overal weer de leukste mensen, fietsers en allerlei andere bijzondere figuren. We hebben alweer diverse adressen om in het oosten te overnachten, dus als we het allemaal halen dan zijn we zelfs daar nu al bekend, want het wordt doorgebeld dat we eraan komen. We zullen wel zien.

Doğu Expresı
Haydarpaşa - Kars 1928 km
 Om 5.00 uur moeten we op, snel douchen en de fietsen bepakken, maar het eerste probleem is er al, we moeten nog een band vervangen. Mijn voorband is opeens kapot, het ventiel is afgebroken. Super snel verwisselt Han de band, alsof hij een tourbegeleider is. Op naar de boot. Gelukkig is het zo vroeg niet druk in de stad en we sjezen door de stad en zijn net op tijd bij de boot. Daar staat al een groepje honden op ons te wachten, we halen snel de Dazzers (hondenschrikkers) uit de voortassen en zo druipen ze af. Eerst met de boot naar het treinstation, want we moeten ons om 7.00 uur melden bij het bagagedepot en daarna wachten, wachten en wachten. We moeten wachten, zegt de bagageman, hij zegt er niet bij tot we een ons wegen, maar zo lijkt het wel. Na een uur wachten zijn we het wachten zat en we zoeken de trein op, we vinden de trein en besluiten om de boel in te laden, de bagageman hebben we nooit meer gezien. De fietsen gaan in de bagagewagen. Han legt ze vast met touwen en we doen een schietgebedje naar Allah voor de goede afloop.

Onze slaapwagen blijkt een soort veewagen die vreselijk vies ruikt, we schrikken ons rot, maar pakken even later de bagage erin, we willen toch graag met deze trein en we hebben de coupé voor ons alleen, want daar hebben we extra voor betaald. Onze tassen bergen we op en we gaan relaxed zitten. De trein vertrekt, om even later weer achterwaarts terug te keren. En dan vertrekt hij eindelijk echt, we kunnen het nog nauwelijks geloven, we zitten in een rijdende Doğu Expresi, op naar Kars!
Na een tijdje melden zich twee jongens, zij hebben ook een kaartje voor onze coupé, we hebben extra betaald voor onze coupé en nu toch twee gasten erbij. Eerst maak ik ruzie met de treinman, dat is geen conducteur maar een soort kaartenverdeler en die zegt dat die twee jongens erbij moeten. Sneu voor de jongens en we proberen ze duidelijk te maken dat het niet om hen gaat, maar dat we hiervoor extra moesten betalen. Nu blijkt dat we voor een vier persoonscoupé betaald hebben en dat we in een zes persoonscoupé zitten. We hebben voor niets voor twee extra personen betaald. Later blijkt dat het maar goed is ook, want als we die andere coupés zien schrikken we ons rot. Ze zitten potje pieren vol en vier persoonscoupés hebben we niet gezien. Gelukkig hebben we twee jonge jongens in de maag gesplitst gekregen, want je zult maar van die dikke Turkse dames krijgen met al die kinderen en die mega pakken bagage. Met de jongens sluiten we snel vrede (het pact van Istanbul) en het wordt gewoon gezellig. Via ons vertaalboekje kletsen we er wat af. Dan komt de conducteur en die kijkt vragend naar onze vier kaartjes, we beelden uit dat we twee personen overboord hebben gegooid en er niemand meer bij willen. Een soort Drs. P verhaal, de conducteur moet erg lachen en vindt het wel goed zo.

Het uitzicht wordt steeds mooier een daar doen we het voor. Er is geen buitenlander die zich waagt in deze trein, alles is hier Turks en niemand spreekt een andere taal.

Momenteel zitten we in de restauratiewagon van de trein en de Nescafé is goed en de soep is perfect. En de tijd, die komen we wel door, iedereen in de restauratiewagon zit om ons heen, ze kunnen niet begrijpen dat we willen fietsen. We hebben nauwelijks meer tijd om naar buiten te kijken en van boeken lezen komt al helemaal niets. Omdat we de kaart en de Lonely Planet zitten te bestuderen, willen ze alles van ons weten en graag in die Lonely Planet kijken.
De trein rijdt door een soort dal tussen de bergen, er groeit graan en wat olijven. Ook de druivenstruiken ontbreken niet. Zou hier dan wijn vandaan komen?

Om 19.00 uur is alles uitverkocht in de restauratiewagon, we moeten wachten tot Ankara. De restauratiewagon is vier coupés vanaf de onze, maar het voelt als een wereldreis, we moeten over van alles heen kruipen, de gangpaden liggen vol bagage en daaroverheen hangen mensen tegen de ramen. Dus even wat drinken halen is er niet bij, je gaat niet onnodig heen en weer.

We zijn ondertussen in Ankara, bijna 12 uur zitten we al in de trein en dat is nog niet een derde deel van de reis. De nieuwe voorraad voedsel en drinken wordt ingeladen. Dit foerageren, duurt ongeveer een half uur en dan hebben ze vast een koud biertje voor ons, dat lusten we ondertussen wel. Het is hier al uren tussen de 33° en 36°, we kunnen dit zien op de fietsteller van Han, en als de trein stilstaat, loopt het nog meer op en snakken we naar een windje.

Het eten is goed in de trein, de tomatensalade smaakt naar echte tomaten en de platte peterselie heeft peterselie smaak. De tafels zijn gedekt met mooie kleden. Om 22.00 uur gaan we terug naar onze coupé. Gelukkig hebben we onze eigen slaapzakken en kussentjes en die zijn nu nog heerlijk schoon en daar zullen we het mee moeten doen voor de nacht. We hopen wel dat onze coupédelers er geen gasten bij hebben gelaten, anders moeten we die er eerst maar weer eens uit zien te krijgen. De jongens vinden het wel prettig zo met ons vieren, dus daar is onze hoop op gevestigd. In de restauratiewagon komt er al iemand bedelen voor een plaats, hij wil ook graag in onze coupé, maar we hebben er geen zin in.

De jongens hebben met hand en tand ons fort verdedigd, 10 gasten hebben ze weg moeten jagen, het pact van Istanbul werkt, maar wat nog beter werkt is dat we maatjes zijn geworden. Ze mogen met onze camera fotograferen en ze hebben een internetadres, dus de foto’s kunnen we allemaal versturen. Zo kun je dus heel gelukkig worden met zijn vieren in een vieze ruimte. Onze grenzen hebben we nu echt helemaal verlegd en dit hebben we ervoor terug gekregen. Met een triomfantelijk gezicht en een handdruk zijn de jongens nu eten.
Straks als zij terug zijn gaan we samen de boel verpakken voor de nacht.
We moeten de coupé nog een beetje verbouwen, er moeten bedden naar beneden worden geklapt en de jongens slapen daar dan bovenin en wij liggen op de bank.

Het is prachtig om de verlichte trein vanuit het raam door de bochten te zien slingeren.
De volle maan danst dan links en dan rechts van de trein.

Treindag twee
Na een heerlijke koele nacht is het weer ochtend. In zo’n trein kun je goed slapen, je wordt de hele nacht gewiegd als een baby in de kinderwagen.
De jongens hebben al vroeg bezoek, een mooie jongedame zit nu ook in onze coupé. De jongens hebben flink met zware aftershave gespoten, normaal niet prettig, maar nu zeer welkom, het verdrijft de slaaplucht en de ander vieze geuren een beetje.

Buiten wordt het landschap hoger en ruiger en het is wat koeler. De trein moet regelmatig flink klimmen en maakt grote bochten. Uit het raam kunnen we daardoor prachtige foto’s maken van de trein die zich langzaam door het landschap omhoog werkt.

De jongens gaan ons over een paar uur verlaten. Eén van de twee volgt momenteel een spoedcursus Nederlands met ons vertaalboekje. Hij heeft er veel plezier in en wij leren er een beetje Turks van. Gisteravond laat zei Yusuf tegen wat andere Turken: “welterusten” en de andere Turken keken hem raar aan, hij moest er zelf erg om lachen.
Yusuf gaat proberen een hotel in Kars voor ons te reserveren omdat we midden in de nacht in Kars aankomen, de trein heeft nu al ruim 3 uur vertraging.  Dat zal straks nog wat worden met al die honden in het donker. Het reserveren lukt niet, er is geen telefoonbereik.
Tegen het middaguur komt er plotseling spoorwegpolitie op ons af. Of we even thee komen drinken in hun coupé. De coupé zit vol politie met mitrailleurs, we eten veel koekjes en drinken thee. Nu, na Sivas is de trein zwaar beveiligd, we kunnen merken dat we in het oosten zijn. Het is heel gezellig bij die politie en er worden veel foto’s gemaakt door beide partijen. We kunnen ze mooi uithoren over de veiligheid in het gebied waar we willen fietsen, ze zeggen dat het veilig is en als zij het niet weten, wie dan wel?

De trein dendert maar voort, langs diepe kloven met rivieren en langs een waanzinnig landschap. Ook de andere treinreizigers houden van dit landschap, iedereen hangt steeds uit de ramen, je raakt gewoon niet uitgekeken.
In de verte zien we al de sneeuw op de toppen, het zijn de restanten van een lange koude winter, want de winters duren hier soms wel acht maanden.

We hebben zojuist afscheid genomen van de jongens waar we een dikke 30 uur mee hebben doorgebracht. Als afscheid hebben Han en ik twee Turkse zinnen uit ons hoofd geleerd. We hebben ons suf geoefend, maar het is gelukt. Na een laatste fotosessie zijn ze echt vertrokken.

We zitten even in de restauratiewagon om wat te drinken. Ons reisplan wordt nu vooral gebruikt voor nieuwe communicatie, erg handig, iedereen wil toch weten waar we heen gaan. De jongens zijn nog maar net vertrokken af we hebben alweer nieuwe aansluiting, nu met de conducteur. Een leuke, zeer vriendelijke man en met veel tekenwerk en ons Turkse vertaalboekje kunnen we een redelijk gesprek voeren. We rijden langs dorpen die door de aardbeving helemaal zijn weggevaagd, familie van de conducteur is hierbij omgekomen, hij wordt er nog emotioneel van nu hij er met ons over praat.

Wat gaat die treinreis snel, we vervelen ons geen seconde.

De geur van de coupé is nu ook onze geur geworden en af en toe verlangen we naar een douche. We zijn voor de rust weer even terug naar onze coupé gevlucht, helaas, binnen twee minuten hebben we weer nieuwe visite. Weer twee jonge jongens, we kennen ze al wel van het gangpad en nu zitten ze hier. Voordat we in Kars zijn, kunnen we rust echt wel vergeten. Er komen steeds meer mensen bij, de coupé zit opeens overvol. Onze conducteur zit er alweer bij, hij komt eigenlijk afscheid nemen, want hij moet de trein zo verlaten. Hij zegt: Seni őzleyeceğim  (ik zal jullie missen) het was dan ook heel gezellig, we hebben veel gelachen samen. Han wordt als afscheid weer stevig gezoend. Han is nog nooit door zoveel mannen gezoend als in Turkije. Door het treinraam krijgen we van de conducteur nog wat blikjes koude cola aangereikt, zijn dienst zit erop en hij stapt uit. Regelmatig wordt onderweg het personeel vervangen.
Langzamerhand naderen we Kars en we worden een beetje onrustig. Na al die uren zijn we toch verknocht geraakt aan onze coupé. Zo zie je maar dat een mens snel kan aarden, het is zo ons eigen plekje geworden.

Vanuit de trein wordt er door een ober spontaan nog even snel een hotel voor ons gereserveerd, het wordt later en later.

Treindag drie
 1.00 uur, eindpunt van de Doğu Expresi, in welk oord we zijn kunnen we nog niet zien, het is erg donker. Terwijl ik op de tassen pas en Han de fietsen haalt ritselen er wat zigeuners om me heen. Ze doen niets, maar toch, het is zo donker en zo afgelegen. Gelukkig komt Han snel terug, want hij moet het bagagebiljet hebben. Die fietsen kunnen alleen nog maar van ons zijn, iedereen die nog in de trein zat is ondertussen uitgestapt en verdwenen, maar regels zijn regels. Normaal houden ze zich aan geen enkele regel, maar zo midden in de nacht in Kars gaan ze formeel worden. Ik wil niet meer alleen blijven staan, het voelt te eng en ik hoor de honden al massaal blaffen en er sluipen af en toe wat honden om me heen. Moeizaam slepen we alle tassen naar de bagagecoupé en daar krijgen we onze fietsen. We bepakken ze en gaan de donkere nacht van Kars in om het hotel te zoeken. De eerste groep honden is er snel, maar met de Dazzers in de aanslag druipen ze af. De volgende groep ligt al klaar, maar die schrikken harder van ons dan andersom.
En al snel zien we in deze nachtelijk stille stad het politiebureau en we vragen de weg. We moeten even wachten en daarna worden we onder politiebegeleiding naar het hotel gebracht, nou gebracht, we moeten plat op het stuur om nog een heuvel te overbruggen over een weg vol gaten en met alleen het licht van onze fietsen, en die agenten rijden gewoon door met de auto. Hoeveel honden we gepasseerd zijn weten we niet, ze zijn niet te tellen, maar ze zijn tot nu toe aardig rustig. De Dazzers doen hun werk goed en misschien geldt ook hier de regel, blaffende honden bijten niet.

Het gereserveerde hotel is onverlicht, er is geen bel en we tikken op de ramen. Maar er komt niemand en daar staan we dan in dit vreemde oord, midden in de nacht, de politie is alweer vertrokken. We gaan over tot flink beuken op de deur en zowaar, er komt na lang beuken iemand naar buiten. We worden van harte welkom geheten, alsof het heel gewoon is een dergelijke entree en lopen een zo op het eerste oog chique hotel binnen. De fietsen worden liefdevol op het mooie marmer gezet, dat is geen enkel probleem. Onze kamer is een enorme balzaal en de douche is heerlijk warm. Het is ondertussen 2.30 uur en na het douchen en het wassen van onze vieze kleren kunnen we eindelijk slapen.

Na meer dan 41 uur, ke deng ke deng, is het doodstil om ons heen, we zijn in Kars!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Wat eerst een mysterieuze plaats was uit het boek van Orhan Pamuk, is nu onze werkelijkheid.

Kars ziet er goed uit overdag, er zijn veel winkeltjes en het voelt hier heel veilig. Waar de honden zijn gebleven weten we niet, er is geen hond meer te bekennen. Die wilde honden zijn waarschijnlijk nachtdieren geworden.
Er zijn veel honing- en kaaswinkeltjes. We hebben gelezen dat ze hier lekkere honing en bijzondere kaas hebben. Bij het ontbijt hebben we dit al geproefd, twee soorten honing en de kaas is heerlijk. Eén van die honingsoorten is heel donkerbruin en zeer apart van smaak. Morgen gaan we meteen onze lege schroefpot laten vullen.
Voor de boekwinkel zit een merkwaardige eigenaar, in het boek Sneeuw komt ook een boekhandelaar voor, we moeten er allebei meteen aan denken.
We bezoeken het museum, er zijn veel spullen van de opgravingen uit de Ani, leuk om te zien, zeker nu we de Ani overmorgen hopen te bezoeken. Op de terugweg ontmoeten we nog drie studenten, ze brengen ons naar de fietsenmaker, waar we morgen onze banden even met een compressor willen laten oppompen. Harde banden zijn wel prettig hier en met de handpomp is het toch wat lastig om ze echt hard te krijgen.
Onze treinreis typen we uit in een internetcafé en versturen we naar het thuisfront. Daarna rusten we wat, want we zijn toch wel wat slaap te kort gekomen de laatste dagen en we moeten fit zijn als we aan de tocht beginnen.
In restaurant Şirin Anadolu Mutfaģi eten we Ali Nazik en drinken er şalğan bij. Het eten smaakt voortreffelijk, het drinken is heel apart. Han vindt het niet lekker, ik vind het wel lekker, het is heel pittig en het is een groot glas. Şalğan is een sap van pepers en nog wat, aangelengd met water, het wordt hier vooral in de winter veel gedronken tegen de kou. Ali Nazik is een gerecht van geroosterde en daarna geprakte aubergine en yoghurt, met een saus van olie en pepersap en tomaten en daar binnenin zit lamsgehakt.

Op de terugweg springt er opeens een man voor onze neus en hij vraagt of wij die fietsers zijn uit Holland. We snappen er niets van, er was vannacht toch echt niemand op straat en onze fietsen staan nog in het hotel. Achteraf blijkt dat de kok van de trein hem heeft gewaarschuwd. En nu wil hij ons met een Dolmus naar de Ani brengen en dan weer terug. We zeggen dat we daar wel heen gaan maar per fiets, maar hij zegt dat het niet kan en dat het wel 50 kilometer is. Dat weten we zelf ook wel, we kunnen wel kaart lezen, anders fietsten we nog steeds door Griekenland. Hij laat zich niet wegsturen en zegt dat er veel soldaten zijn en dat het er erg gevaarlijk is en dat we niet in de Ani mogen overnachten. Helaas voor hem, ook dat weten we allang. Hij zegt dat er geen andere wegen zijn om daar weg te komen en als we dan zeggen dat we op de kaart een andere weg hebben gezien zegt hij dat we te intelligent zijn en teveel durven. Hij geeft het op en we kletsen nog gezellig na over Kars en het lekkere eten hier. Hij geeft ons een tip over life muziek in de Ataturk Cadessi, we gaan daar als we tijd hebben nog wel kijken.

Bij de plaatselijke fietsenmaker verwisselt Han de banden. Hij zet de voorband achter en andersom. De voorband heeft meer profiel, Han is vergeten een nieuwe achterband te kopen in Nederland, maar we mogen er niet meer over praten. We doen dit bij de plaatselijke fietsenmaker omdat hij een compressor heeft. Van een aantal hyperactieve jongetjes krijgen we de nodige onhandige, maar goed bedoelde hulp. Die vlugge vingertjes zitten overal aan en daar hebben we de handen aan vol. Han wil voor de zekerheid een reserve buitenband kopen, ze hebben hier toevallig onze maat. We willen maar één extra band, volgens één van die ventjes is het toch beter om er vier te kopen, hij haalt er meteen maar vast drie extra uit de winkel en als we zeggen dat we er echt maar één nodig hebben legt hij na lang aandringen de andere beteuterd terug.

Bij de supermarkt kopen we een basisvoorraadje eten en bij één van de honingwinkels van die donkerbruine honing. Nog wat benzine om te koken en we kunnen morgen met een gerust hart op pad.

De tocht naar de Ani is een dag opgeschoven. Gisteravond kreeg ik al wat nare rode plekken op de benen en halverwege de nacht breidde zich dat uit over mijn hele lichaam. Het jeukt vreselijk en het ziet er beroerd uit. Han moet in de nacht steeds met koude natte doeken koelen, omdat ik anders radeloos wordt van de jeuk en het allemaal stuk ga krabben. We durven niet weg en gaan eerst naar de apotheek. Gelukkig spreekt de apotheker goed Engels en meteen nadat ik het heb laten zien, zegt hij dat het een allergie is. Waarschijnlijk nog een reactie op die penicillinekuur vanwege al die wespensteken van de vorige week. We krijgen een gelei mee, een anti histamine, volgens de apotheker kunnen we morgen gewoon vertrekken. Het stelt ons gerust omdat we de eerste tijd geen grote stad meer zullen zien willen we toch wat duidelijkheid over die rare plekken.

Nu we toch een dag extra blijven gaan we nog wat fotograferen. De kamer van ons hotel kijkt uit op een vies straatje met oude vervallen huisjes en er ligt veel vuilnis. Er staan verderop iets beter onderhouden huizen. In deze straat wonen drie kleine jongetjes die de straat steeds zingend op en neer fietsen, mooi om te zien en prettig om te horen. Tijdens de regenbui moesten ze even naar binnen, maar het is nog maar net droog of ze komen al weer vrolijk zingend langs. De triestheid van het straatje heeft geen enkele invloed op ze en dat is maar goed ook.

Het avondeten scharrelen we op bij een eenvoudig maar druk eettentje en het is lekker. Heerlijk gevulde paprika’s en nog een stoofpotje, voor het lekkere eten zou je hier bijna blijven.
Van de man die zo graag onze gids wilde zijn hebben we nog dat adres van die live muziek en daar zitten we nu te genieten. Helaas moeten we vanwege de jeuk van mijn uitslag weer te snel weg, Han moet weer koelen, want ik houd het niet meer uit.

Het vertrek naar de Ani is nog weer een dag uitgesteld, de jeuk is nog te erg, het moet eerst minder worden en we moeten nog weer nieuwe gelei halen, want de tube is al leeg.
Het is zondag en de vele apotheken zijn allemaal gesloten, maar gelukkig gaat er een apotheker even bij zijn bedrijf kijken op het moment dat wij er langs lopen. Wij mogen na wat zeuren even onder de luiken naar binnen glippen. Hij wil die plekken eerst nog wel zien, hij denkt meteen aan een slangenbeet en als ik uitleg dat ik vorige week door een aantal wespen ben gestoken zegt hij dat het daardoor komt en waarschijnlijk niet door de penicilline. Thuis moeten we dat maar even uitzoeken. Voorlopig hebben we weer een nieuwe tube gelei bemachtigd.
Om toch nog wat te fietsen gaan we de weg naar de Ani maar zoeken, zo hebben we alvast wat contact met de fiets. Het zitten op de fiets valt niet mee met die jeukende plekken.
Het blijft wel een tocht met hindernissen, want nu is mijn fietsteller kapot, we proberen hem weer aan de praat te krijgen, maar dat lukt niet. Eerst maar terug naar de stad, naar het terrasje van gisteren, daar is het heerlijk koel en rustig. Overal om ons heen wordt backgammon gespeeld, dat vertrouwde getik kennen we nog van vorig jaar.
De moskeeën roepen hier behoorlijk, er staan er wel vijf om ons heen, zodra de moskeeën hier weer uit zijn, gaat de muziek weer aan. En wat schetst onze verbazing, er worden kerstliedjes van Bonny M gedraaid, niet te geloven, na de oproep tot gebed is het nu kersttijd. Als er maar geluid uit die apparaten komt, het maakt niet uit wat.
Op weg naar het terras krijg ik al wel de eerste kennismaking met vervelende kinderen, drie jongens met een muilezel voor de kar jagen mij achterna met ezel en kar en één van die jongens slaat mij met een stok op de rug. De volgende keer maar snel met een grote boog er omheen en meteen een sprint trekken. Onze andere vrienden, de honden, zijn ook ruim vertegenwoordigd, maar daarvoor hebben we onze Dazzers.
Bonny M zingt nu over de River of Babylon, maar we zitten hier aan de River of Kars.

We gaan met de fietsteller bezig. We testen eerst met de magneet van Han of hij het überhaupt nog wel doet en zo komen we erachter dat er waarschijnlijk in het hotel aan onze fietsen is geprutst. Ze hebben niet geweten wat dat ding op die spaken was, ze hebben het er afgehaald, bekeken en weer op een ander spaak teruggezet. Ik zag vanmorgen al wel dat de magneet beschadigd was. Aan de stand van de versnelling kunnen we ook zien dat er aan onze fietsen wordt gezeten, want ze staan steeds op een andere stand. Ze staan dan wel veilig binnen in het hotel, maar ze zijn zo aantrekkelijk dat er altijd wel iemand aanzit. Onderweg merken we dat regelmatig, iedereen wil die fietsen maar aanraken, we worden er soms kribbig van. En eigenlijk kunnen we het ons wel voorstellen, want we vinden onze fietsen zelf ook nog steeds super en je kunt er zover mee reizen.

De vervallen hammam bij de oude brug zijn we ingekropen, er valt mooi licht door de gaten in de koepels naar binnen. Opeens staat er een chique engels sprekende Turkse dame achter ons. Ze vraagt waar we vandaan komen en waar we heen gaan en als we onze route vertellen zegt ze boos: “jullie denken dat die Koerden aardige mensen zijn, nou dat zijn ze niet” Ze zegt dat de Turken er veel last van hebben, ze zegt: “ je zult hier maar mee moeten leven”. Dat ze boos en gefrustreerd is zien we zo. Ze zegt dat ze geen vegetariër is en dat ze nog geen vlieg kwaad doet, maar als ze een Koerd te pakken krijgt, zal ze hem de strot afbijten en opvreten. We schrikken even van al die agressie, maar besluiten zeker niet om van onze voorgenomen tocht af te zien. Ze loopt weg en komt dan nog één keer terug en zegt dan dat wij Hollanders er geen last van zullen krijgen en zonder gedag te zeggen, verdwijnt ze weer even snel als ze kwam.

Tijdens het eten ontmoeten we een oudere man, hij is geboren in Kars. Hij is archeoloog en de laatste jaren voor zijn pensioen museumdirecteur geweest in Kars. Hij heeft vroeger opgravingen gedaan bij de Nemrut en in Harran. Als alles verder een beetje meezit gaan we beide nog bezoeken. Deze man zegt dat de Ani wel heel speciaal is. We hopen morgen toch echt te kunnen vertrekken om er zelf van te kunnen genieten.