HOME|week01|week02|week 03|week 04|

Week 01|

LAOS

Van de hoteleigenaar in Chiang Khong krijgen we allerlei cadeautjes en als laatste allebei een vlag van het koningshuis. Op dit moment zijn er in Bangkok grote demonstraties, men wil minister Taksin het land uit hebben, al dagen staat Bangkok op de kop, jammer dat we er nu niet zijn. Taksin wil de wet aanpassen om taken van de koning over te kunnen nemen en om niet meer vervolgd te kunnen worden.

We checken uit bij de douane van Thailand en binnen anderhalve minuut zijn we met een bootje net iets groter dan een uitgeholde boomstam het land uit. Het is een aparte manier om een grens over te steken, we moeten door het water lopen om in en uit het bootje te gaan, er is geen pier. In Laos is het visum snel geregeld en we fietsen in Huay Xai Laos binnen, we mogen er dertig dagen blijven. Het hotel dat we boeken geeft ons meteen een Oostblokgevoel, op de t.v. schalt communistische marsmuziek, na anderhalve minuut varen is het leven hier heel anders, we zijn weer een nieuw avontuur begonnen.

Omdat we met de slowboot naar Luang Prabang willen, gaan we eerst maar bij die boten kijken. We kopen meteen twee tickets voor 3 juni, het is twee dagen varen op de Mekong. De koeien, de kippen, de geiten en de ganzen lopen weer op straat, een groepje mannen speelt petanque (in ons land foutief jeu des boules genoemd), ooit was Laos een Franse kolonie. Er is weer stokbrood te koop en café au lait. Vreemd, in Thailand wordt geen petanque gespeeld en we zijn de grens nog niet over of de oude Franse invloeden zijn al zichtbaar. In India spelen ze ook nog steeds cricket, een Engelse erfenis. Ondertussen bezoeken we de eerste Wat in Laos, er lopen veel novice (jonge monniken) rond die op elkaar mopperen, ze wonen in piepkleine hokjes rondom deze Wat.

Het is zwoel en het is droog en we zitten weer aan de Mekong te eten, nu aan de andere kant, in Laos, we hebben uitzicht over de Mekong en op Thailand en de zon gaat in mooie kleuren onder.

De huizen in het dorp Ban Nam Sang van de Lao Huay stam zijn bijzonder gebouwd, het zijn grote familiehuizen met een open ruimte zonder kamers en met matjes op de vloer om te slapen. Ze zijn gebouwd van bamboe en palmbomenblad en meestal gelegen langs rivieren. De Lao Huay hebben rijstvelden die ze met bamboepijpen irrigeren en ze verbouwen ook opium, maar alleen voor eigen gebruik, er leven nog ongeveer 5000 Lao Huay in Laos, om ze wat te sponsoren kopen we handgemaakt bamboepapier. Dit dorp bezit een grote groep vette grijze buffels die op het land grazen of liggen te baden in de modder. We stuiten op een oudere naakte vrouw van zeker zeventig jaar die zich probeert te wassen bij een ijskoude pomp, ze zit daarbij op een grote steen, deze vrouw heeft nog nooit een lekker warme douche gehad, wel haar dagelijkse opium pijpje.

Wij zijn al vroeg bij de boten en dat is maar goed ook, zo hebben we alle tijd om de fietsen te regelen. Ze gaan op het dak van de boot, stuur recht, trappers eraf, het gebruikelijke ritueel. Vandaag ligt er bij uitzondering een luxe boot en er zijn een aantal vliegtuigstoelen waarvan wij er twee hebben omdat we zo vroeg zijn. Op de boot die er naast ligt wordt ons meteen drugs aangeboden. Als de ticketman de naam van Han leest roept hij in de boot om: "the name of this man is Kip, and I call him mister Lao money". Het betaalmiddel in Laos heet Kip, de man ligt dubbel van het lachen, het zal wel vaker gebeuren hier, de man wil nog wel even het paspoort zien of het klopt. De eerste bootdag is een superdag, op de boot heerst een geweldig sfeer, iedereen is gezellig en enthousiast, de gemiddelde leeftijd is dertig jaar en wij zijn dus de bejaarden. De machtige Mekong stroomt tussen Laotiaanse bergen door, we fotograferen veel. Onze boottocht vol toeristen is tevens een lokale boot voor de bergstammen, ze weten precies wanneer de boot langs komt en staan dan klaar. Er gaan dan mee op de boot: brommers, schotelantennes, grote levende Plaa Beung (katvis) van een meter, kippen, kleine varkentjes, bergstammannen, -vrouwen en -kinderen, ijzeren palen, ladingen planken en mega grote pakketten. De meeste bergstammen die langs de rivier wonen, kunnen alleen via een boot hun dorp verlaten. In Pak Beng moeten we slapen, we zijn wat nerveus voor het afladen van de fietsen en al onze tassen. We zijn door de bootmannen gewaarschuwd voor agressieve touts, maar het tegendeel gebeurt. Het gaat in alle rust en het kost ons honderd Bath (€ 2,00) voor het sjouwen van al onze spullen. Het is erg handig dat ze sjouwen, want ook hier is geen pier en zo kan er één op de spullen passen en kan de ander de fietsen aanpakken. Het hotel in dit zeer afgelegen gehucht ver van de bewoonde wereld is boven verwachting, we moeten eerst wel wat ongedierte wegvangen, zoals wormen van een centimeter of vijftien, kevers zo groot als stuiterballen en de nodige andere torren en vliegen, de douche is koud, maar de humor is hier groot. Het is de eerste echte droge dag sinds 17 april, de verjaardag van Han, toen viel de eerste regen en het is nu 3 juni. In het restaurant is de sfeer helemaal geweldig, muziek, een stralende ober en geen gemaakte glimlach, maar een open lachende Laotiaan. Aan onze voeten liggen drie honden en een poes en verderop liggen er nog wat, iets teveel beesten, maar dat is in al dit soort landen zo. We voelen ons weer helemaal thuis. De drugs die ons overal opnieuw wordt aangeboden, slaan we af en daarmee houdt het al snel op met zeuren, in India zijn ze daarin wat vasthoudender. Als we eten is het aardedonker op de Mekong, alleen de lange lichtflitsen van naderend onweer zorgen voor spannende verlichting en laten de contouren van de bergen zien. Bij de deur van onze kamer staat een bord "take off your shoes", maar daar houden we ons niet aan, er zitten kakkerlakken van zeker zeven centimeter voor de deur op ons te wachten en op onze kamer lopen er opnieuw teveel beesten die we eerst weer moeten vangen en daarna sluiten we de kier onder de deur met onze handdoeken en dat houdt hopelijk nog meer geboefte buiten. De bedden zijn keihard maar van sierlijk mooi gepolijst teakhout, de kussens hebben dikke klonten van vorige slapers (gelukkig hebben wij onze eigen kussentjes met onze eigen lekkere fietszweetgeuren) en de ventilator werkt zolang de generator draait, om 22.00 uur gaat alles uit, dus ook het licht, het voordeel daarvan is dat we de beesten dan ook niet meer zien. Gelukkig lopen er een aantal tetterende gekko's langs de muur, die kunnen ook nog wat beestjes opeten vannacht. Het was een bijzondere dag vandaag.

De tweede bootdag is weer even mooi, de jungle is wat ruiger vandaag en de mooie zon van gisteren is ingewisseld voor bewolking. Op de boot ontmoeten we veel mensen, we zien het koppel uit Spanje voor de derde keer, we hebben ze eerst in Tha Ton ontmoet, daarna in Chiang Rai en nu hier. We spreken met mensen uit Duitsland, Nieuw Zeeland, Ierland, Canada en Italië, de sfeer is weer net zo goed als gisteren en iedereen kletst met iedereen. Er zitten nog wel vier vervelende lui uit Canada op de boot en die drinken de hele dag alcohol en roken daarbij marihuana en dat is nog niet zo erg, maar tegen het eind van de dag als ze niet meer weten wat ze doen, schuiven ze heel onbezonnen en met geweld, het hele dak van de voorkant van de boot open. Op het dak van de boot liggen onze fietsen en we staan te trillen van woede en springen van onze stoelen en vragen of ze gek geworden zijn, ze schuiven het dak meteen weer dicht, maar wij weten nog niet hoe het met de fietsen is. Na ruim een uur zijn we in Luang Prabang en dan blijkt dat het grote zware dak de fietsen op drie centimeter na heeft gemist, zo hadden een stel bezopen mafkezen onze reis even snel kunnen verzieken als het dak de fietsen in elkaar had gedrukt. Het geluk van de tokké werkt nog steeds, van de zeven tokké geluksgeluiden hebben we er nu al drie opgebruikt.

HOME|week01|week02|week 03|week 04|