INDIA 2016

week 1

week 2

Jallianwala Bagh

In 1919 zijn hier door de Britten in koelen bloede 379 Indiërs neergemaaid tijdens een vreedzame demonstratie en de rest is in de waterput verdronken omdat ze daar in paniek in sprongen om de kogelregen te ontlopen. De demonstratie was tegen de Rowlatt Act, nieuwe regels waarmee de Britten iedereen onberecht in de gevangenis konden stoppen.

We kunnen hier prachtig vogels kijken met Han zijn nieuwe verrekijker. De blauwe nectarzuigers zijn mooi en halen nectar uit de rode acacia’s

Ram Bagh

Het museum in Ram Bach gaat over het leven van Ranjit Singh 1780-1829 was hij vorst over het Sikh rijk, een groot gebied in wat tegenwoordig Noord West India en Pakistan is.
Na het uit elkaar vallen van het Mogolrijk in het begin van de 18e eeuw viel het gebied dat aan de Mogols had behoord geleidelijk in handen van het Maratharijk in het zuiden. In Afghanistan en het westen van het tegenwoordige Pakistan lag het Durranirijk, dat de Maratha's in 1761 in de derde slag bij Panipat wist te verslaan. De Afghanen konden echter geen blijvende macht over Noord-India uitoefenen. Er ontstonden in de noordelijke Punjab een aantal onafhankelijke staatjes, bestuurd door sikhheersers (zogenaamde misals), die ook door de (aan het kastesysteem gewende) hindoebevolking als natuurlijke beschermers werden gezien. Eén zo'n lokale sikhheerser was Mahal Singh, die heerste over de Sukerchakia-misal. Dit was de vader van Ranjit Singh. Toen Mahal Singh stierf was zijn zoon pas 12 jaar oud, zodat hij in de eerste jaren geadviseerd werd door zijn moeder en toekomstige schoonfamilie.

In de jaren tussen 1794 en 1797 voerde Ranjit Singh bijna voortdurend oorlog tegen de Afghaanse (Durrani) koning Shah Zaman, die probeerde de Punjab te onderwerpen. Door een aantal kleine overwinningen wist Ranjit Singh veel respect te winnen, en door twee huwelijken wist hij zijn invloed aanzienlijk uit te breiden. In de schermutselingen met de Durrani's verloor hij zijn linkeroog. In 1797 moest Shah Zaman in grote haast naar Afghanistan terugkeren vanwege een rebellie van een broer. Aldus viel de grootste stad van de Punjab, Lahore, in handen van de sikhs. Het jaar erop viel Shah Zaman echter weer de Punjab binnen. Lahore viel weer in handen van de Durrani's, maar Ranjit Singh wist hun opmars vlak bij Amritsar tot stand te brengen en sloeg het beleg op voor Lahore. Op 7 juli 1799 nam hij de stad in, waarbij hij de hulp kreeg van de rebellerende bevolking van de stad. Na deze nederlaag hield Shah Zaman zijn plannen voor verovering van de Punjab verder voor gezien.

Nu de Afghaanse Durrani's geen bedreiging meer vormden en Ranjit Singh de machtigste man in de Punjab was geworden, besloten de andere heersers tegen hem samen te zweren. In 1800 was Ranjit Singh bezig zijn tegenstanders te onderwerpen, waarbij een vredesverdrag met Shah Zaman van pas kwam. Ook sloot hij een niet-aanvalsverdrag met de Britten, die verder naar het oosten en zuiden grote delen van India hadden onderworpen. Minder goed waren de betrekkingen met radja Sansar Chand van Kangra, die in de bergen ten noordoosten van de Punjab een eigen koninkrijk gesticht had.
Op 12 april 1801 riep Ranjit Singh zichzelf uit tot maharadja van de Punjab. In 1802 nam hij ook Amritsar, de heilige stad van de sikhs, in.

Na in 1807 een grensverdrag met de Britten te hebben getekend, sloot Ranjit Singh in 1809 een verdrag met raja Sansar Chand van Kangra, die werd aangevallen door de Gurkha's uit Nepal. In ruil voor zijn onderwerping kwamen de sikhs Sansar Chand te hulp. Nadat de gurkha's waren verslagen voegde dit het tegenwoordige Himachal Pradesh aan het territorium van de maharadja toe. Ranjit Singh veroverde daarna één voor één de overgebleven staatjes in de Punjab die nog onder Afghaanse heersers vielen, in 1818 Multan, Hassan Abdal en Pesjawar, in 1819 Kasjmir, in 1820 Rawalpindi en in 1821 Dejarat. Het grensgebied met Afghanistan bleek moeilijk te onderwerpen (later zouden de Britten dezelfde problemen hebben). Tot drie maal toe kwamen de Pathaanse stammen in opstand, waarbij ze de jihad uitriepen tegen de in hun ogen "ongelovige" sikhs. In de slag bij Naushera wist de maharadja de Afghanen onder Mohammed Azim Khan een beslissende nederlaag toe te brengen, die in ieder geval een einde maakte aan Afghaanse aanspraken op de Punjab.

De diamant Koh-i-Noor viel in handen van Ranjit Singh toen deze aan hem in 1814 werd aangeboden door Shuja Shah, de gevluchte koning van Afghanistan. Deze is nu in handen van het Britse vorstenhuis.

Attari Wagah border

Rond 15.00 uur vertrekken we naar de Pakistaanse grens waar iedere dag de grens sluit met een bijzondere ceremonie, met ongeveer 11.000 Indiërs trekken we hiernaartoe. In de zinderende hitte van 40 graden in de volle zon moeten al deze mensen door de security check, dit is zwaar afzien, maar wat je ervoor terug krijgt is een bijzonder circus van 11.000 opgehitste Indiërs en aan de andere kant van de grens Pakistani die iedere dag dit feest aanschouwen.

Met verbrande voeten in onze teenslippers en rode koppen keren we rond 19.00 uur weer naar het hotel. Onderweg moet onze riksjarijder zijn nieuwe hondje nog even ophalen, deze komt in een plastic tasje bij ons in de riksja zitten, dit kost nog wel een uurtje extra. Dit hondje gaat nu ook in de stad wonen. Alles kan in India.

Hanumangarh

Vroeg in de ochtend vinden we onze huurauto onbeschadigd terug en willen we vertrekken naar Hanumangarh, maar na 3 nachten is de accu leeggelopen. In India is zoiets nooit een probleem, iedereen wil handel en binnen 7 minuten verschijnt er een man met een fiets met een grote accu achterop en start in een oogwenk onze Honda, kosten 6 euro, voor deze man een grote inkomst en voor ons een uitkomst.  En zo rijden we nog op tijd richting Hanumangarh. Het wordt toch nog een lange dag, want we rijden ook nog een stukje (35 km) binnendoor en dat kost uren, zeer slechte wegen, grote graanwagens, veel te fotograferen en veel te praten met iedereen onderweg.

Onderweg zien we honderden kilometer alleen maar graanvelden, Punjab is de graanschuur van India. Plotseling komt en een kudde Nilgau op ons afrennen, ze stoppen net voor onze fotolens, het is prachtig om deze grote rendieren van zo dichtbij te zien.

En dan na 6 uur rijden zijn we in Hanumangarh, bij het hotelpaleis dat we thuis al hebben geregeld. Het Ravji Palace, we voelen ons meteen een prins en een prinses, we krijgen thee op de kamer in zilveren kannetjes. Het diner,een echte Indiase thali, eten we in de tuin van het paleis, het is dan afgekoeld tot 30 graden en er wordt een ventilator bij onze tuintafel gezet en dat is vooral prima tegen de muggen, van de deet bleven ze al wel weg, maar liever niet te veel muggenbulten in dit land. De bediening heeft een lekker koud biertje voor ons geritseld. Om 23.00 uur dromen we verder over India in ons paleis.

Op weg naar Bikaner

Ons mooie paleis verlaten we vroeg in de ochtend en we gaan op weg naar Bikaner. Het is een prachtige weg, de eerste 90 km, maar dan komen we in een vreselijke file, de temperatuur is ondertussen al opgelopen tot 42 graden. De militairen zijn met grote konvooien op pad en blokkeren hier alles. Ruim twee uur staan we in een ondraaglijke hitte middenin de woestijn, er is geen zuchtje wind, dit wordt een lange hete dag.

Daarna bezoeken we nog wel even de rattentempel, die hebben we 8 jaar geleden ook al gezien, maar het voelt of we het toen niet goed hebben kunnen bevatten en daarom willen we terug. In de tempel is het erg vies, in 2008 was het winter en was de stank nog enigszins te verdragen, maar nu is de stank niet te harden bij deze hoge temperatuur, het is ondertussen 46 graden. De duizenden ratten zijn overal. Het wordt een kort bezoek, het is te erg, ook omdat we hier op blote voeten rond moeten lopen. De stank beneemt ons de adem, de Indiërs hebben hier geen last van, er wordt hier binnen gewoon gekookt en sommige mannen eten hetzelfde voer als de ratten, we krijgen er kots neigingen van.

Bij de tolpoort op de grote weg is de man bij het loket blij ons te zien, hij geeft Han een hand en maakt een praatje en daarna maakt hij nog een foto van ons beide. De opgewonden Indiërs die inmiddels in een file achter ons staan zijn als een dolle aan het toeteren, Indiërs in een auto willen maar één ding en dat is racen en vooral niet wachten, de tolman trekt zich hier niets van aan en maakt zijn foto’s.

Er zijn veel steenfabrieken onderweg en er is veel kinderarbeid, als ik een foto maak dan rent het dichtbij zijnde jongetje snel weg, ze zijn hier vast wel doordrongen van kinderarbeid, ik word meteen weggejaagd.

Eind van de middag komen we aan in hotel Kishan Palace, wel een low budget palace, maar de service is hier waanzinnig, voor onze gastheer is niets teveel.

Rajastan Bikaner

Alsof we hier niet weg geweest zijn, de Jain tempel is nog steeds kleurrijk en dezelfde priester met het rode haar springt hier ook nog rond, hij is nog even druk als toen. Ik kom er helaas niet onderuit, ik moet 4 x wensdenken (een soort van bidden), ik moet figuurtjes vegen en nog meer van die Jain rituelen doen, maar goed, we zijn hier toch en dan maar wensdenken voor ieder die mij dierbaar is.

Bikaner is een legerplaats, al van oudsher, de opa van de hoteleigenaar was ook een beroemde legerman begrijpen wij, hij heeft nog met kamelen gevochten in Japan. Onze hoteleigenaar wil het liefst steeds met ons praten, hij vertelt maar door en weet veel van India en dat is dan wel weer plezierig, maar soms willen we gewoon even niets, maar even niets past niet bij India.

Jodphur/Korna
Familie Joshi

Na 7 jaar zijn we terug bij de familie Joshi. De familie waar we 8 jaar geleden in de woestijn in Korna zijn gestrand. De hele familie woonde toen nog in Korna.
Korna is een woestijndorp. Er is veel veranderd in die afgelopen 7 jaren, de kinderen en de kleinkinderen wonen nu in Jodphur, de kleinkinderen zijn groot geworden en dat is erg leuk, ze spreken alle vijf heel goed Engels en dat maakt het allemaal extra plezierig. De beide zonen en een van de schoondochters zijn docenten op scholen in de woestijn. De komende dagen zullen we al deze scholen gaan bezoeken. Murli is botanicus, hij geeft het vak science (biologie, natuurkunde en scheikunde) Manoj is wiskundige, maar hij geeft nu geschiedenisles, hij heeft promotie gemaakt en mag nu alles geven. Seema geeft les op een lagere school en Praveena is de andere schoondochter. Praveena is huisvrouw, een waanzinnig goede kok en een perfecte moeder voor haar gezin, tijdens dit bezoek krijg ik van haar nog kookles. Haar raita is de beste die we ooit hebben gegeten. Samen gaan Praveene en ik nog even shoppen en kopen tali borden en een chapati pan voor ons in Nederland. Het is heerlijk om met haar even alleen te zijn. Voor haar dochter kopen we een mooie jurk, Chitra is jarig vandaag.

Met de zonen van de familie gaan we apart op pad, we bezoeken de koeientempel, ja, de koeientempel, de rattentempel ligt al achter ons. Ze hebben hier overal tempels voor. We bezoeken ook nog een Hanumantempel. Natuurlijk zijn we ondertussen al wel aardig tempel moe, maar tempels horen bij India, daar valt ook niet aan te ontsnappen.

We brengen de tijd door tussen de huizen van de beide families, we eten bij het gezin van Manoj en slapen bij het gezin van Murli, het is een flinke competitie.  

Korna

Korna, hier is deze reis door gekomen en hier is deze reis voor bedoeld, het weerzien van dit kleine dorp zo diep in de woestijn. Op 26 januari 2008 fietsten we al een week door de woestijn van Rajasthan en die avond stranden we in Korna omdat Jodphur niet meer te bereiken was, de afstand was nog te ver. Na een week fietsen door de woestijn waren we gezandstraald en waren onze lippen gebarsten en hier in Korna konden we heel spontaan bij deze familie Joshi overnachten. We werden met open armen ontvangen. In 2009 zijn we daarom nog een keer teruggegaan naar deze mooie woestijnplaats, naar deze familie, om deze familie te bedanken, het was voor ons de mooiste herinnering aan onze wereldreis. Rond kerst 2015 schreef Murli Joshi ons een e-mail met het verzoek om nogmaals de familie te komen bezoeken. En nu zijn we hier voor de derde keer in woestijndorp Korna bij Pushkar Duft en Luni Devi Joshi.

De fragiele Luni Devi hangt huilend over mijn schouder, ze is blij om ons terug te zien, haar man Pushkar Duft is er helaas niet, hij is aan het bidden en voorlezen in het huis van een overleden woestijnman, hij is priester. Als iemand hier in de woestijn overlijdt wordt hij 3 uur later verbrand en daarna wordt er nog 7 dagen door de andere woestijnmannen gebeden en voorgelezen om de overledene een goede reis naar boven te bezorgen. De overledene doet er een jaar over om naar de hemel te gaan en na een jaar komt de overledene dan gereïncarneerd terug.  

De hele familie Joshi is hier nu in Korna aanwezig om hier samen met ons te eten.

Dan vraagt Luni Devi aan mij in gebarentaal Hindi of we haar man niet kunnen gaan halen, hij moet erbij zijn maakt ze mij duidelijk, hij moet hetzelfde voelen als zij met mij voelde duidt ze uit, ze wrijft over haar hart en noemt de naam van haar man en van Han. We gaan op pad en rijden met onze huurauto ruim een uur over zandwegen in de omgeving van Korna om bij het huis van de overledene te komen. Er is een buurman meegegaan omdat we anders zouden verdwalen. En hier ver weg en nog dieper in de woestijn, in dit huis zit Pushkar Duft te lezen en te bidden in het bijzijn van wijze woestijnmannen. Als hij klaar is met zijn lezen pakt hij zijn spullen in een tas en gaat staan en dan ziet hij Han. Hij krijgt een stralende lach en de beide mannen omhelzen elkaar lange tijd. Wat een heftige dag!
We buffelen weer een uur door de woestijn terug naar Korna en drinken nog wat thee en daarna komt er nog een fotosessie en nemen we afscheid, we worden door het hele dorp uitgezwaaid en dat is even slikken en daarna komt er een lange reis terug naar Jodphur.

Tot laat in de avond hebben we nog een diner met het gezin van Murli.
Die nacht slapen we ondanks de hitte als bewustelozen en dan is het al snel weer ochtend, we staan vroeg op.  

Afscheid van iedereen en weer tranen en nog weer een lange zware autorit voor de boeg.

Onderweg krijgen we te maken met enorme zandstormen, harde wind en hevige regenval, de hitte van de afgelopen dagen heeft zijn tol geëist, de stad Fatiphur is overstroomd en daar moeten wij nu dwars doorheen. En ook nu stuurt Han, “my very good driver”, zoals ze dat hier zeggen, onze Honda kilometer voor kilometer naar de plaats waar we naar toe willen.

Aan het einde van de middag zijn we in Mandawa, in het hotel van 9 jaar geleden, de eigenaar herkent ons meteen, het hotel is een mooie haveli, de eigenaar is een goede kok en we worden opnieuw in de watten gelegd, er wordt heerlijk voor ons gekookt en daarna zijn we eindelijk alleen en slapen we een gat in de dag.

Mandawa is de laatste tussenstop voordat we morgen naar New Delhi vertrekken, we hebben hier twee dagen om bij te komen.
Dit was onze vierde reis door India en ook nu weer hebben we India in ons hart gesloten met al zijn ups en downs.

New Delhi

Door een vluchtwijziging hebben we de vlucht naar Amsterdam gemist en dat voelt zeer onaangenaam en we moeten even flink slikken. Maar Arita Bayens schrijft in haar laatste boek: “zoektocht naar het paradijs”, zonder problemen, geen avontuur.
Een nieuwe ticket regelen voor de nacht kan, maar dat kost dan meteen maar even 3.500 euro en daar hebben we geen zin in. Maar een andere nieuwe betaalbare ticket regelen valt nog niet mee hier op de luchthaven, we mogen nergens in zonder geldige ticket. We boeken eerst maar een goedkoop hotel in New Delhi met goede Wifi en vinden toch binnen een uur nog een betaalbare ticket, dan moeten we eerst naar de Emiraten vliegen, 13 uur wachten en daarna mogen we dan maandag doorvliegen naar Amsterdam. Het is niet anders.

Hauz Khas Village

Hauz Khas Village is een prachtige plek in Delhi waar we nog niet geweest zijn, mooie galerieën, goede havanna koffie en mooie muziek. Dit zijn van die dingen waar je altijd weer naar snakt als je een tijd in de hectiek van India hebt geleefd. Naar rust en schoonheid.
Het zure gevoel van de gemiste vlucht verdwijnt snel en maakt plaats voor een mooie nieuwe dag.

Han heeft onze Honda huurauto 3016 kilometer schadeloos over de hectische wegen van India gestuurd, petje af, het was af en toe een helse toer.  In Dubai overnachten we nog even in een premier Inn hotel, dichtbij de luchthaven zodat we toch nog uitgerust en zonder jetlag thuiskomen.